Algemeen Christelijk Vakverbond

Wetsontwerp zwaar werk bevat grote hiaten

Op 22 mei hadden de sociale partners in het Beheerscomité van de Federale Pensioendienst advies moeten geven over het wetsontwerp dat de basisregels voor zwaar werk in de privésector vastlegt. Omdat de werkgeversbank niet met genoeg aanwezigen was, is dit vandaag niet gelukt. 
De regering verklaarde herhaaldelijk dat ze haar pensioenmaatregelen zoals de verhoging van de pensioenleeftijd, beperkingen van gelijkstellingen en SWT enzovoort wou koppelen aan maatregelen om de zwaarte van het werk te verminderen. Daarvan is tot nu toe nog niets in huis gekomen. Integendeel, er komt alleen maar meer ruimte voor arbeidsduurverlenging, voor meer flexibiliteit, voor nieuwe precaire arbeidsvormen. Ook het cruciale debat over ‘Hoe langer kunnen werken’ is steeds afgehouden door de regering. 
Een week na de manifestatie waar 70.000 mensen op straat kwamen om betere pensioenen te eisen, herhalen de drie vakbonden hun standpunten over het wetsontwerp rond zwaar werk:
  • De vakbonden zijn op zich akkoord met de voorgestelde, algemene criteria. En zoals de regering ook zelf al aangaf, moeten deze verder verfijnd worden. De vakbonden legden hier ook al een voorstel voor op tafel. Daarvan vinden we helaas niets terug in de teksten. Integendeel, in de beperkte invulling van de criteria zoals die nu op tafel ligt, zitten een paar grote problemen. ‘Belastende werkorganisatie’ is zeer restrictief ingevuld. Dit maakt dat erg belastende arbeidsregelingen in sectoren zoals de non-profit of bagageafhandeling op luchthavens niet in aanmerking komen. Dat het criterium ‘belasting van mentale of emotionele aard’ geen zelfstandig criterium is, is eveneens een groot probleem. Heel veel mensen gaan nu al onderuit door te veel stress op het werk. Bovendien dreigen vooral vrouwen hiervan het slachtoffer te worden omdat zij veel meer werken in jobs met een zware emotionele of mentale belasting.
  • De vakbonden willen voor het werknemersstelsel komen tot een lijst van generieke criteria, eerder dan een lijst op te stellen van zware beroepen. Een lijst van zware beroepen dekt onvoldoende de complexiteit van de werkvloer.
  • Het is niet serieus om te beweren dat zwaar werk extra zal gevaloriseerd worden, maar dit tegelijk in te snoeren in een vooraf bepaald en te klein budget. Dit staat haaks op objectieve regels. Het kan voor ons absoluut niet dat werknemers pensioenverlies lijden wanneer ze vervroegd op pensioen gaan na een carrière van zwaar werk. Werknemers zouden op die manier zelf opdraaien voor de zogenaamde compensatie voor zwaar werk.
  • Elke langdurige blootstelling aan een van de criteria moet gecompenseerd worden. Een minimumperiode van blootstelling aan zwaar werk van meer dan 60 maanden kan absoluut niet. Uit de teksten leiden we ook af dat heel wat werknemers geen compensatie zullen genieten voor jarenlang zwaar werk. De overgangsregeling die bepaalt dat enkel zwaar werk in de laatste 5 of 10 jaar (nog te bepalen) voor 2020 zal meetellen, zonder rekening te houden met zwaar werk dat voordien werd gedaan, is schandalig. Alle periodes van zwaar werk moeten meetellen. 
  • De compensatie die de regering voor zwaar werk voorstelt is ook zwaar onvoldoende voor wie slechts aan één van de vier criteria voldoet. Wie bijvoorbeeld extreem zwaar fysiek werk doet, zal slechts een heel beperkte compensatie krijgen. Ook voor wie heel jong beginnen werken zit er geen compensatie voor zwaar werk in het regeringsvoorstel. Dat is een bijzonder onheuse behandeling.