Algemeen Christelijk Vakverbond

Wat verandert op 1 januari 2019?

Er veranderen een heleboel zaken op 1 januari. We zetten ze op een rijtje.

Kindergeld wordt Groeipakket 

De kinderbijslag wordt omgevormd en heet voortaan Groeipakket. Het Groeipakket is het geheel van financiële tegemoetkomingen dat de Vlaamse overheid voorziet voor elk kind in elk gezin. 
Meer info op www.groeipakket.be.

Hogere lonen 

Zowat 440 000 werknemers die vallen onder PC 200 – goed voor ongeveer een derde van alle Belgische bedienden – zullen in januari een hoger bedrag vinden op hun loonbriefje. Hun loon wordt geïndexeerd, of aangepast aan de toegenomen levensduurte. De verwachte stijging bedraagt bijna 2,2 procent, het hoogste cijfer in jaren. Het gaat onder meer om bedienden in callcenters, toerisme, informatica en in de uitzendsector. 
Niet alle sectoren voeren de indexering in januari door. De bouwsector indexeert bijvoorbeeld elk kwartaal, terwijl de metaalsector in juli indexeert. 

Betaald Educatief Verlof wordt Vlaams Opleidingsverlof 

Het Betaald Educatief Verlof verandert. Naast een naamswijziging – BEV wordt Vlaams Opleidingsverlof (VOV) – veranderen ook een aantal spelregels. 
Zo heb je recht op 125 uur VOV als je voltijds werkt. Dit geldt voor elke opleiding die is erkend als ‘arbeidsmarktgericht’ en terug te vinden is in de Vlaamse opleidingsdatabank. 

Pleegouders krijgen evenveel verlof als adoptieouders 

Sommige voorwaarden voor adoptieverlof wijzigen. Nieuw is dat wie volgend jaar pleegouder wordt ook recht krijgt op evenveel verlof als adoptieouders. De regelgeving is zo voor beide situaties grotendeels gelijk. 

Outplacement via VDAB 

Vanaf 2019 moet een 45-plusser die geen outplacement krijgt, zich wenden tot de VDAB. In principe moet de werkgever nadat het ontslag is gegeven, de 45-plusser spontaan een outplacementbegeleiding aanbieden. Als dat niet gebeurt, moet de werknemer zich niet langer tot de RVA, maar wel tot de VDAB richten. De VDAB zal dan een outplacementtraject opstarten, als de werknemer aan de nodige voorwaarden voldoet. 
Meer info vind je op de website van de VDAB.

Strengere voorwaarden SWT 

De leeftijds- en loopbaanvoorwaarden om nog op SWT (brugpensioen) te kunnen gaan worden verstrengd. Wat al beslist is: 
  • Algemeen SWT 62 jaar: van 40 naar 41 jaar loopbaan vanaf 1 januari 2019. Voor vrouwen is het nog maar 35 jaar loopbaan in 2019, met elk jaar nadien één jaar erbij, tot 41 jaar vanaf 2025. 
  • SWT bedrijven in herstructurering of moeilijkheden: van 56 naar 60 jaar vanaf 1 januari 2019. 
Het KB dat hier uitvoering aan geeft moet nog wel worden gepubliceerd. 

Anciënniteitstoeslag oudere werklozen pas op latere leeftijd 

Vanaf 1 januari 2019 wordt de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen nog maar toegekend vanaf 63 jaar in plaats van 62 jaar (behalve voor wie die al heeft). Vanaf 2020 pas vanaf 65 jaar. 

OCMW’s verdwijnen 

Vanaf 1 januari 2019 nemen de gemeentebesturen de bevoegdheden van de OCMW’s over en worden dus geen nieuwe OCMW-raden geïnstalleerd. Wel komt er een bijzonder sociaal comité dat de individuele sociale hulp behandelt. Hiermee komt een einde aan 222 jaar autonoom bestuur van het OCMW: een apart bestuur voor het ‘sociale’ naast het ‘gewone’ gemeentebestuur. 

Optrekking belastingvrije som 

Elke belastingplichtige kan genieten van een voordeel waardoor een deel van zijn belastbare inkomsten vrijgesteld wordt van belasting, de ‘belastingvrije som’. Momenteel is het bedrag van de belastingvrije som afhankelijk van de hoogte van het belastbaar inkomen van de belastingplichtige:
  • standaard belastingvrije som: 4.095 euro;
  • verhoogde belastingvrije som (voor wie een belastbaar inkomen heeft van maximaal 25.220 euro): 4.260 euro. 
Vanaf 2019 (aanslagjaar 2020) zal er nog slechts één bedrag gelden voor alle belastingplichtigen. De belastingvrije som zal dan 4.785 euro bedragen. Dit is het bedrag vóór indexatie. Hoeveel de indexatiecoëfficiënt in 2019 zal bedragen, is nog niet bekend. 

Aanpassing belastingtarieven 

Hoe hoger het belastbaar inkomen, hoe hoger het belastingtarief waaraan het hoogste deel van het belastbaar inkomen belast zal worden. De tarieven zelf wijzigen niet in het inkomstenjaar 2019. Wel wordt de bovengrens van de tariefschijf van 40% opgetrokken van (nog te indexeren) 13.940 euro naar 14.330 euro. Dit betekent dat het belastbaar inkomen langer aan het tarief van 40% belast zal worden (in plaats van al onder de tariefschijf van 45% te vallen). 

Optrekking fiscale werkbonus 

De fiscale werkbonus is de fiscale tegenhanger van de werkbonus die we kennen in de sociale zekerheid. De sociale werkbonus is een vermindering van de RSZ-werknemersbijdragen (13,07%) voor werknemers met een (relatief) laag loon. De fiscale werkbonus wordt berekend als een percentage op de effectief genoten sociale werkbonus. Dit percentage bedraagt vanaf 1 januari 2019 33,14% (in plaats van de huidige 28,03%). Het maximumbedrag van de belastingvermindering wordt ook opgetrokken van 420 euro naar 500 euro per jaar (niet-geïndexeerde bedragen). 

Nieuw huurdecreet in Vlaanderen 

Wie vanaf 1 januari 2019 een woning huurt of verhuurt in Vlaanderen zal heel wat nieuwe regels moeten volgen. Nieuwe huurders zullen vanaf 1 januari drie maanden huur betalen als waarborg, in plaats van twee. Wanneer het huurcontract beëindigd wordt, zal de huisbaas dat geld van de waarborg binnen het jaar moeten terugbetalen. Als huurder wordt het makkelijker om een kort contract (minder dan drie jaar) op te zeggen. De huisbaas mag een huurovereenkomst van korte duur evenwel niet opzeggen. Discussies over wie welke kosten moet betalen, behoren ook tot het verleden. De Vlaamse regering heeft een officiële lijst gepubliceerd met kleine onderhoudswerken die betaald moeten worden door de huurder. Het nieuwe huurdecreet geldt voor alle huurcontracten die vanaf 1 januari 2019 worden gesloten. Voor bestaande contracten verandert er niets. 
Collectief maatwerk 
Op 1 januari 2019 treedt in Vlaanderen de regelgeving rond collectief maatwerk in voege. Die regelgeving is erop gericht om mensen met een arbeidsbeperking werk en ondersteuning op maat te bieden en zo mogelijk te laten doorstromen naar het reguliere circuit. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen maatwerkbedrijven die de inschakeling van doelgroepwerknemers als kerntaak hebben (zoals beschutte en sociale werkplaatsen) en maatwerkafdelingen (zoals invoegbedrijven) binnen gewone bedrijven die wel bereid zijn om mee te werken aan een socialere economie.